Een naam. Voornaam + achternaam. In mijn geval meerdere voornamen. Ik heb het altijd iets interessants gevonden, namen. Je krijgt jouw naam bij geboorte. Die naam hoort bij jou.
Mijn katholieke komaf zorgde ervoor dat ik 4 voornamen kreeg. Roepnaam Yvonne. Er worden tegenwoordig nog naar weinig meisjes geboren met deze naam. Maar ik ben vrij content, prima naam. Ik heb wel een klein traumaatje van vroeger uit de sinterklaastijd, als het gaat om chocoladeletters. Ik kan me niet herinneren dat de sint ooit een letter ‘Y’ in de zak heeft gestopt voor mij. Ik kreeg dan een ‘I’ of een ‘W’. Vooral die ‘I’, die letter ziet niet eens in mijn naam. Dat vond ik stom! Om nog maar niet te spreken van het idee dat er in die letter toch echt minder chocolade zit, dan in die ‘R’ of ‘N’ van mijn broer en zus…

Mijn andere voornamen vond ik altijd maar ingewikkeld. Vernoemd naar de oma’s en natuurlijk afgesloten met Maria, amen.
Mijn achternaam vond ik nooit zo mooi. Wilborts. Rare naam vond ik het. Iedereen zei of spelde het altijd anders. Destijds dacht ik altijd, later als ik ga trouwen neem ik graag de naam van mijn man aan. Die bruiloft kwam nooit, dus die andere naam ook niet.
Inmiddels ben ik eigenlijk wel helemaal ok met mijn naam. Het is toch ook een stukje van mijn eigen identiteit vind ik.
Mijn dochter vroeg me laatst naar mijn namen. (Ik heb haar overigens opgezadeld met hetzelfde ‘chocoladeletter probleem’. Maar nu ben ik natuurlijk zelf in charge om dat te fixen. Dit lukt tot nu toe best goed.)
Ik vertelde haar al mijn namen. Ik zag haar denken en toen zei ze: “Ik vind ‘mama’ eigenlijk de mooiste naam.”
Dat kan ik natuurlijk alleen maar beamen.
Leave a Reply